Klimaatcyclus.nl

20 oktober, 2020 - Auteur: Martijn van Mensvoort

Artikelen over klimaatverandering gericht op de impact van veranderingen in de activiteit van de zon, de hieruit volgende natuurlijke cycli & de ozonproblematiek. De rol van het oceaan systeem + de impact van zowel de Antarctica als Groenland komt ook aan bod. Via 7 natuurlijke cycli wordt een totaalbeeld beschreven waarmee de belangrijkste veranderingen binnen het klimaat systeem op aarde van de afgelopen 300 jaar op basis van natuurlijke variabiliteit t.g.v. fluctuaties in de activiteit van de zon + de aantasting van de ozonlaag wordt verklaard. Binnen de natuurlijke cycli volgt CO2 altijd de temperatuur (via tussenkomst van vegetatie en/of het oceaan systeem), en niet andersom.

PDF-versie (na peer review): 22-Year magnetic solar cycle [Hale cycle] responsible for significant underestimation
of sun's role in global warming but ignored in climate science
(20 oktober 2020)

Artikel versie voorafgaand aan peer review (10 augustus 2020), DOI: doi.org/10.1002/essoar.10503979.3


Magnetisch veld van de zon en de aarde.

Impact zon op klimaat fors onderschat: IPCC negeert 22-jarige magnetische cyclus + versterkende factor

17 juni 2020 - De langetermijn impact van de zon op klimaat blijkt 8x groter dan tijdens 11-jarige cyclus en 4x groter dan tijdens 22-jarige zonnecyclus. Hier wordt een temperatuur profiel beschreven voor zowel de 11-jarige zonnevlekkencyclus (fluctuatie: 0,122 °C) als de 22-jarige magnetische zonnecyclus (fluctuatie: 0,215 °C). Voor de periode 1890-1985 wordt op basis van de primaire en secundaire minima een hoge zonnegevoeligheid beschreven met een verklaarde variantie van 91%. Hieruit blijkt dat de zon voor 1,07 °C opwarming heeft gezorgd tussen het Maunder minimum (eind 17de eeuw) en het meest recente zonneminimum jaar 2017.


Zonnevlam

De zon zorgde voor 1,1 °C opwarming sinds de 17de eeuw

26 april 2020 - Anno 2020 omschrijft KNMI onderzoeker Geert Jan van Oldenborgh de sterke statistische correlatie tussen de temperatuur en CO2 als "een bijna perfect verband". Echter, de relatie tussen zon en klimaat is hierbij als onbegrepen verondersteld. Dit artikel beschrijft op basis van in totaal 40 jaren rond de zonneminima tijdens afgelopen 130 jaar dat de correlatie tussen CO2 en temperatuur berust op een spurieus schijnverband dat ontstaat uit 2 factoren, namelijk: een geleidelijke toename van de totale zonnestraling + een toename van de hoeveelheid zonnestraling die het aardoppervlak heeft bereikt t.g.v. verzwakking van de ozonlaag.


Martijn van Mensvoort.

Een interview van Jan van Friesland met Martijn van Mensvoort

14 maart 2020 - Martijn van Mensvoort is maar een buitenstaander in het klimaatonderzoek. Hij maakt geen deel uit van een vakgroep aan een universiteit en is zelfs niet gepromoveerd op een klimaatonderwerp. Toch schrijft hij de sterren van de hemel met zijn kraakheldere artikelen over de rol van de zon bij de opwarming van de aarde. Is hij de passant die baanbrekend werk verricht?


De multidecadale klimaatcyclus (HadCRUT4).

SAMENVATTING:
Hoe ontstaat de Klimaatcyclus en wat is haar impact?

22 februari 2020 - Dit artikel presenteert een beknopte beschrijving voor de laatste 4 artikelen waarin de Multidecadale Klimaatcyclus centraal staat.


1890-1976 'Primaire zonneminima' tonen perfecte correlatie met temperatuur

Primaire minima in 22-jarige zonnecyclus tonen 'perfecte correlaties' met temperatuur: invloed CO2 blijkt nihil

21 februari 2020 - De temperatuur van zowel de atmosfeer (HadCRUT4) als het zeewater oppervlak (HadSST3) toont voor de periode 1890-1996 'perfecte correlaties' met de zon op basis van de primaire minima jaren (LISIRD): r > 0,993 [p=0,000], na correcties voor zowel vulkanisme als de ozonproblematiek. De opwarming van het zeewater oppervlak (+0,9°C) tussen 1890 en 2017 is voor 2/3 veroorzaakt door de zon en voor 1/3 door gebruik van CFK's. Tijdens 5 van de 6 magnetische zonnecycli worden de veranderingen vrijwel geheel verklaard door de zon; bij de 5de cyclus (= periode 1976-1996) enkel niet t.g.v. van de ozonproblematiek.


Bijrol voor CO2: activiteit zon verklaart opwarming sinds 1976 & vormt oorsprong van 66-jarige cyclus

Bijrol voor CO2: activiteit zon verklaart opwarming sinds 1976 & vormt oorsprong van 66-jarige cyclus

16 december 2019 - Ruim 300 jaar geleden werd het dieptepunt van de Kleine IJstijd bereikt tijdens het Maunder minimum van de zon, waarbij de cyclus van de zon enkele decennia stil viel. Sindsdien is de temperatuur bijna 1,5°C gestegen, maar ondertussen bereikte de activiteit van de zon een record niveau voor de afgelopen 8.000 jaar. Voor de periode 1867-2017 wordt een correlatie beschreven van +0,98 [p=0,000]. Er is sprake van een hoge 'zonnegevoeligheid' voor relatief kleine fluctuaties van de zon, in combinatie met een lage 'klimaatgevoeligheid' (maximaal ~0,49°C) voor de relatief grote toename van CO2.


Impact CO2 op klimaat (flink) overschat t.g.v. 66-jarige cyclus & El Nino.

Impact CO2 op klimaat (flink) overschat t.g.v. 66-jarige cyclus & El Nino

12 augustus 2019 - Op basis van natuurlijke variabiliteit wordt in de wetenschappelijke literatuur al sinds 2004 erkend dat een oprekking in de definitie voor het klimaat van tenminste 30 jaar naar tenminste 50 jaar noodzakelijk is. Op basis van de ENSO cyclus en vooral een 66-jarige cyclus wordt beschreven waarom een verdubbeling van de beschreven tijdsduur in de definitie van klimaat naar tenminste 60 jaar gewenst is. Ondertussen worden de trends in zowel de opwarming als de impact van CO2 overschat.


Wereldwijde opwarming overschat t.g.v. 70-jarige cyclus in oceaan systeem.

Wereldwijde opwarming overschat t.g.v. 70-jarige cyclus in oceaan systeem

3 juni 2019 - Het KNMI erkent dat de natuurlijke variabiliteit van het klimaatsysteem nog steeds maar matig wordt begrepen. Wanneer rekening wordt gehouden met een 70-jarige cyclus dan kan volgens de HadCRUT4 data serie ruim 49% van de opwarming wereldwijd tijdens afgelopen 4 decennia worden toegeschreven aan natuurlijke variabiliteit; de overschatting van het structurele deel van de temperatuurtoename bedraagt ruim 96%.


Omvang van 100 jaar 'global warming' blijkt kleiner dan het verschil in lokale temperatuurfluctuatie tussen 2 opeenvolgende dagen.

Omvang van 100 jaar 'global warming' blijkt kleiner dan het verschil in lokale temperatuurfluctuatie tussen 2 opeenvolgende dagen

20 april 2019 - Klimaatverandering is iets van alle tijden. Ondanks 'global warming' zijn zowel in Nederland als wereldwijd volop signalen aanwezig waaruit blijkt dat er duidelijke grenzen zitten aan de impact van de veranderingen. De omvang van ruim 100 jaar 'global warming' meestal kleiner blijkt te zijn dan het verschil in temperatuurfluctuatie tussen 2 opeenvolgende dagen. In de Bilt was de jaartemperatuur zelfs nog lager dan in het jaar 1779.


Neemt de mens het klimaat in eigen hand door minder CO2 te produceren?

Neemt de mens het klimaat in eigen hand door minder CO2 te produceren?

2 april 2019 - Het klimaat is grotendeels het resultaat van circulatiepatronen binnen de oceanen. Zowel de temperatuur als de zeespiegel bevinden zich op een lager niveau dan in eerdere periodes tussen 2 ijstijden. CO2 + andere broeikasgassen bevinden zich wel op een abnormaal hoog niveau. In de cycli van de natuur volgt CO2 de de temperatuur en dus niet andersom. CO2 vormt slechts 1 van de vele factoren in de interne feedback van het klimaat systeem.



- Korte beschrijving voor 7 belangrijke natuurlijke cycli in het perspectief van het klimaat -

De mens wordt dagelijks met het bestaan van de kosmos geconfronteerd via de dagelijkse cyclus (1) [diurnaal], waarin dag en nacht elkaar afwisselen t.g.v. de omwenteling van de aarde om haar as. De seizoenen cyclus (2) manifesteert zich in de vorm van de 4 jaargetijden; deze ontstaat ieder jaar t.g.v. kosmische bewegingen waarbij de beweging van de zon t.o.v. de evenaar van de aarde bepalend is. Een andere welbekende cyclus vormt de ijstijden cyclus (3): tijdens ijstijden daalt de gemiddelde temperatuur op aarde met 5-7°C in een perspectief van tienduizenden jaren; hierbij spelen de zogenaamde Milankovic parameters (welke ontstaan t.g.v. kosmische cycli) een hoofdrol in combinatie met de activiteit van de zon.

Tussen de seizoenencyclus en de ijstijden cyclus begeven zich diverse andere natuurlijke cycli die ieder afzonderlijk een verschillende rol spelen binnen het perspectief van klimaatverandering. Het meeste weten we over de zonnevlekkencyclus (4) die 9-14 jaar (gemiddeld duurt deze ongeveer 11 jaar) in beslag kan nemen waarbij veranderingen in het magnetisch veld van de zon zich vertalen in temperatuur schommelingen in de orde van 0,2°C op aarde onder invloed van kosmische straling; de 22-jarige magnetische zonnecyclus (5) is hierbij de bepalende factor. Een cyclus die in het perspectief van 'klimaatverandering' steeds meer in de aandacht komt te staan betreft de ENSO cyclus (6) (El Nino Southern Oscillation); deze onregelmatige cyclus heeft een duur die kan variëren van 2-7 jaar en veroorzaakt de grootste schommelingen in de jaarlijkse gemiddelde temperatuur wereldwijd in de orde van hooguit 0,35°C. Er bestaat binnen de wetenschap nog geen consensus in welke mate de ENSO cyclus door de kosmos wordt veroorzaakt; in de wetenschappelijke literatuur worden wel beschrijvingen aangetroffen waaruit blijkt dat El Nino en La Nina omstandigheden correleren met zowel de zonnevlekkencyclus als kosmische straling.

In het verloop van de gemiddelde temperatuur wereldwijd wordt ook een multi-decennium cyclus (7) aangetroffen met een duur in de orde van ongeveer 66 jaar, welke ontstaat onder invloed van een quasi-periodiciteit met een duur van ongeveer 60 jaar in de baan van de beweging van de zon rond het zwaartekrachtcentrum (barycentrum) van ons zonnnestelsel. Bij de minima van de totale zonnestraling [TSI] vertaald zich dit ook in een cyclus van 66 jaar, echter deze toont een fase verschil t.o.v. de multi-decennium cyclus op aarde. Deze multidecadale oscillatie ontstaat onder invloed van het gewicht van overige planeten en hun baan rond de zon. Hierbij wordt een impact op de temperatuurschommelingen op aarde aangetroffen die kan oplopen tot meer dan 0,2°C. Het bestaan van multidecadale cycli in het oceaan systeem werd pas in de begin jaren '90 ontdekt; inmiddels is bekend dat multidecadale cycli ook worden aangetroffen in de individuele oceanen. Sinds tenminste 2004 is ook bekend dat de definitie voor klimaatverandering op basis van een periode van (tenminste) 30 jaar te kort is om veranderingen in weersextremen te bestuderen; in het perspectief van de duur van de multi-decennium cyclus kan worden geconcludeerd dat de definitie van klimaat op een te korte tijdsduur is gebaseerd, met als gevolg dat dat de impact van temperatuur trends afgelopen decennia is overschat.

Tenslotte is het van belang dat de activiteit van de zon in de 2de helft van de 17de eeuw een dieptepunt bereikte tijdens het Maunder minimum; dit vormde tevens het dieptepunt van de temperatuur tijdens de Kleine IJstijd. Afgelopen 300 jaar is de activiteit van de zon vervolgens toegenomen en vooral het gestegen niveau van de minima in de 11-jarige zonnecyclus toont aan dat de activiteit van de zon in de 21ste eeuw op een recordniveau is beland. Nadat in de 20ste eeuw al sprake was van een cumulatief record in de activiteit van de zon op basis van een periode van 60 jaar in het perspectief van 8.000 jaar tijdens het huidige Holoceen (deze periode begon 10,700 jaargeleden na de laatste grote IJstijd, die ongeveer 100.000 jaar heeft geduurd).


- Interessante debatten over het klimaat -


2017 Global Warming Debat:
Panel: Prof. Lawrence Krauss, Prof. Daniel Schrag, Prof. Mario Molina vs Prof. Richard Lindzen, Lord Nigel Lawson, Prof. William Happer

(Een zeer 'verhit' debat op hoog niveau met opmerkelijke rol voor de voorzitter; inclusief na afloop een 'poll' bij het publiek)

2014 Klimaat Debat
Panel: Dr. Kerry Emanuel & Dr. John Christy

(Een zorgvuldig debat onder leiding van een kundige voorzitter waarin beide partijen elkaar aan het eind van het debat weten te vinden m.b.t. hun grootste zorgen)

2011 Klimaat Debat:
Panel: PhD Scott Denning v. PhD Roy Spencer

(Een debat tussen 2 professionele klimaat-nerds over allerlei zaken, inclusief het verschil van inzicht betreffende de data)

- Interessante presentaties over de rol van de zon in het klimaat -


2015 Presentatie door Prof. Nir Shaviv:
DTU Library Lunch Talk:
'Nothing new under the sun - the suns lasting role in climate change'

Prof. Shaviv beschrijft dat de zon een grote invloed heeft op het klimaat en de zeespiegel, doch dit wordt genegeerd door het IPCC (TIP: fragment met korte samenvatting presentatie Shaviv).

2013 Fragment uit presentatie door Dr. Nicola Scafetta (volledige video HIER):
Nicola Scafetta discusses climate scientists who do not factor in solar effects

Scafetta beschrijft dat de invloed van de zon niet in klimaatmodellen wordt verwerkt omdat het betrokken fysieke mechanisme niet wordt begrepen; omdat er geen formule beschikbaar is voor de invloed wordt in klimaatmodellen vaak verondersteld dat de invloed van de zon niet bestaat.


2011 Presentatie door Prof. Kees de Jager:
(I.s.m. Ruimteonderzoeksinstituut SRON & NIOZ)
'Solar Activity and Climate'

Prof. Kees de Jager heeft het grootste deel van zijn leven als professionele astrofysicus de zon bestudeerd.
Aan het begin van de 21ste eeuw heeft hij zich ook gericht op de relatie tussen zonneactiviteit en het klimaat op aarde.
De lezing beschrijft o.a. een potentiele temperatuurdaling in de orde van -0,4 °C t.g.v. een 'Grand Solar Minimum'.

(In de presentatie van Prof. de Jager wordt o.a. verwezen naar de PMOD TSI van Claus Fröhlich;
hierbij wodt geen rekening gehouden met de impact van ACRIM-PMOD controverse,
waarbij de ACRIM methode een significant hogere zonnegevoeligheid beschrijft t.o.v. de PMOD)


- De ontwikkeling van de temperatuur van de atmosfeer op 2 meter hoogte (+ het zeewateroppervlak) -


ClimateReanalyzer.org: GFS/CRSR 1-day Avg 2m Temperature Anomaly (°C)


Dagelijkse CFSR update voor de temperatuurontwikkeling wereldwijd

Maandelijkes update voor 8 temperatuurseries wereldwijd

Mondiale temperatuur data sets (8):

- BEST Ice Air (Berkeley Earth) - CFSR - CRUT 4.5 - ERA5 - GISS 4 - NCEI - RSS 4.0 - UAH 6.0



Na het mondiale temperatuur recordjaar 2016 ook in 2020 en 2021 opnieuw geen nieuw jaarrecord?

Natuurlijke variabiliteit zorgt ervoor dat de mondiale temperatuur anomalie waarde veelal aan het einde van het eerste kwartaal de hoogste waarde bereikt - ofschoon dit bij de zeewateroppervlaktetemperatuur meestal rond de maand augustus gebeurd. Echter, het verloop van de ENSO cyclus speelt hierbij een belangrijke rol.

Zowel de mondiale temperatuur anomalie als de anomalie van het zeewateroppervlak toont aan dat de waarden tijdens het relatief warme begin van het jaar 2020 niet de hoogste waarden hebben bereikt die in het jaar 2016 zijn waargenomen. Ook is inmiddels duidelijk dat de waarden in lente en zomer van 2020 dusdanig hard zijn weggezakt in aanloop naar 'La Nina' omstandigheden (dit betreft de tegenhanger van 'El Nino') dit najaar - welke naar verwachting zullen gaan aanhouden tot begin 2021. Omdat de mondiale temperatuur anomalie bijna een half jaar achterloopt t.o.v. de ENSO cyclus lijkt daarmee de kans verkeken dat er brede consensus zal kunnen ontstaan over een nieuwe temperatuurrecordjaar in zowel 2020 als 2021. Ofschoon bij sommige datasets zoals de GISS en de ERA dit beeld nog niet zichtbaar is geworden, bij diverse datasets is dit wel het geval.

Hieronder wordt de 2m temperatuur anomalie getoond op basis van een 4de generatie klimaatmodel [ECMWF ERA5] waarbij de cummulatieve waarde t/m september 2020 inmiddels al -0,10 °C achterloopt t.o.v. de eerste 9 maanden van 2016. Dit beeld wordt bevestigd bij de zeewateroppervlaktetemperatuur [NOAA OISST V2.1], waarbij het cummulatieve verschil op basis van de eerste acht maanden is opgelopen naar -0,02 °C t.o.v. de eerste 8 maanden van 2016. Tenslotte wordt hieronder ook de zeewateroppervlaktetemperatuur voor de periode 1854-2019 getoond [NOAA ERSST V5].

Bron van de data: ClimateReanalyzer: Monthly Reanalysis Timeseries.


ClimateReanalyzer.org: Temperature Anomaly at 2m + Sea Surface Temperature Anomaly (°C)

VOETNOOT: Uit de grafiek voor de zeewateroppervlaktetemperatuur [NOAA ERSST V5 Sea Surface Temperature Anomaly] blijkt dat m.b.t. de periode oktober 1877 t/m november 1941 rekening mag worden houden met een natuurlijke variabiliteit in de temperatuur in de orde van bijna 1,0 °C op maandbasis (op jaarbasis wordt een variabiliteit aangetroffen in de orde van bijna 0,7 °C). De omvang van de temperatuurstijging in de 37,5-jarige periode tussen mei 1904 t/m november 1941 is vrijwel even groot als de temperatuurstijging in de 40-jarige periode tussen december 1975 t/m januari 2016. De temperatuur daling tijdens de 26,5 jarige periode tussen oktober 1877 t/m mei 1904 was wel aanzienlijk groter dan de temperatuur daling in de 34-jarige periode november 1941 t/m december 1975.

Tenslotte, op maandbasis blijkt bij de mondiale zeewateroppervlaktetemperatuur anomalie de klimaatverandering van de afgelopen 166 jaar gepaard te zijn gegaan met een toename van minder dan +0,4 °C op basis van een vergelijking tussen de piekniveaus van respectievelijk de jaren: 1877, 1941 en 2016 (bij de maandwaarden van de HadSST3 zijn de verschillen slechts een fractie groter doch de toename is bij die dataset kleiner dan +0,45 °C). Binnen het klimaatsysteem lijkt in beperkte mate ruimte te zijn voor een verdere temperatuurstijging boven het piekniveau van het jaar 2016 - welke is ontstaan tijdens een piek-combinatie waarbij zowel de ENSO cyclus als de 22-jarige magnetische zonnecyclus een rol heeft gespeelt.

In klimaatmodellen wordt de natuurlijke variabiliteit met name onderschat omdat de relatie tussen de zonnecyclus [Hale cyclus] en de temperatuurontwikkeling op aarde 'onvoldoende' [lees: niet] wordt begrepen!

1880-2019: Total Solar Irradiance (W/m2) & Sea Surface Temperature (°C)

Bovenstaande illustratie betreft figuur 1 in: doi.org/10.1002/essoar.10503979.3